Wanneer geen nieuwe implantaten?

Geen nieuwe implantaten bij

  • Veel klachten uit deze lijst, die niet anders te verklaren zijn.

  • Chronische vermoeidheid die niet op een andere manier te verklaren is.

  • Chronische spierpijn die niet op een andere manier te verklaren is.

  • Ernstige zenuwpijn.

  • Het ontstaan van een auto-immuunziekte, die niet in de familie zit.

  • Als een auto immuunziekte in de familie voorkomt.

  • Neurologische aandoeningen zoals spierzwakte en uitvalverschijnselen.

  • Allergie voor iets anders.

  • Ernstige kapselvorming.

  • Ernstige pijn in de borsten.

  • Zwangerschap of borstvoeding

  • Borstkanker of een voorstadium van borstkanker als u er nog geen behandeling voor hebt gehad

  • Actieve infecties in het lichaam

  • Aanvullende lijst van de Amerikaanse FDA, zie kolom hiernaast.

Volgens FDA geen nieuwe implantaten bij

  1. Actieve infecties ergens in het lichaam

  2. Borstkanker of een voorstadium van borstkanker en als u er nog geen behandeling voor hebben gehad

  3. Zwangerschap of borstvoeding.

Bron >>

Minder goed chirurgisch resultaat

Volgens de FDA moet worden voorgelicht over de minder goede chirurgische resultaten >>

  1. Aandoeningen zoals diabetes, bindweefselziekten ( en meer)

  2. Actieve roker of voormalig roker.

  3. Medicijnen die het lichaam verzwakken, zoals steroïden, chemotherapie (zoals prednison, tacrolimus, mycofenolaat, azathioprine, cyclosporine, methotrexaat, chlorambucile, leflunomide, of cyclofosfamide)

  4. Geschiedenis van chemotherapie of geplande chemotherapie na plaatsing van borstimplantaten.

  5. Geschiedenis van radiotherapie / bestraling na plaatsing van borstimplantaten.

Extra risico's bij

Volgens de FDA moet worden voorgelicht over de extra risico's >>

  1. Aandoeningen die wondheling verstoren of bloedklontering veroorzaken, zoals hemofilie, von Willebrand ziekte, factor V Leiden, hyperhomocysteïnemie, proteïne C-deficiëntie, antitrombine III-deficiëntie, of systemische lupus erythematosus.

  2. Verminderde bloedtoevoer naar het borstweefsel.

  3. Autoimmuunziekten zoals Hashimoto, Lupus, Reumatische artritis of iemand in de familie met een autoimmuunziekte (Studies hebben de veiligheid van implantaten bij auto-immuunziekten nog niet bevestigd)

  4. Diagnose van depressie of andere psychische stoornis (bv eetstoornis)

  5. Een ander product dat blijvend in de borst geïmplanteerd is.

Na plaatsing extra risico op

  1. ALCL - kanker van het immuunsysteem

  2. BII (Breast implant illness) met systemische symptomen: pijn, vermoeidheid, jeuk, geheugenverlies, hersenmist. Een groep patiënten ervaart duidelijke verbetering na het verwijderen van de implantaten

  3. Pijnlijke of trekkend littekenweefsel / kapselcontractie bij 51,7%)

  4. Scheuren of lekken van de implantaten bij 31,2%

  5. Rimpelen van het implantaat bij 20%

  6. Zichtbare randen van de implantaten bij 6%

  7. Verschuiven van de implantaten bij 11,5%

  8. Heroperatie noodzakelijk bij 59,7%

Bron >>

Adviezen van FDA voor opvolging - nacontrole

Adviezen van FDA voor opvolging

Ook zonder klachten is het nodig om een MRI te laten doen. De eerste keer na 5-6 jaar en daarna elke 2 jaar.