Wetenschappelijke onderzoeken Monobloc hydrogel / CMC

Inleiding onderzoeken CMC

De stof verlaat het lichaam na orale toediening, onafgebroken via de ontlasting. >> >>

Onderzoeken waarbij de stof parenteraal (anders dan oraal, bijvoorbeeld onder de huid, in het buikvlies of in een bloedvat) is toegediend, tonen aan dat er verschillende negatieve/schadelijke reacties bij proefdieren ontstaan. In 1 onderzoek komt naar voren dat de nierfilters verstoppen, want deze kunnen de grote moleculen, niet goed verwerken, met als gevolg ontstekingen en beschadigen aan de nieren. >>

In dit document >> met een opsomming van verschillende onderzoeken zijn er ook veel negatieve reacties te zien. In 2 van deze onderzoeken is te zien dat het immuunsysteem vrij snel na de toediening in actie komt en deeltjes van de stof worden gezien in macrofagen, opruimcellen van het immuunsysteem. Bij een ander onderzoek is te zien dat het aantal witte bloedcellen daalt. Bij 2 onderzoeken wordt gemeld dat dieren kwaadaardige tumoren ontwikkelen wanneer de stof onder de huid wordt gespoten. Verder is er een onderzoek dat laat zien dat er veranderingen in de bijnieren optreden. In het bijniermerg worden mestcellen gezien, dit zijn cellen die betrokken zijn bij afweerreacties. Er zijn veranderingen in de bijnierschorscellen te zien en de aanwezigheid van korrels in de bijnieraders.

Onderzoekers schrijven in dit document tot slot “Studies met radioactief gelabelde cmc tonen aan dat cmc bij orale inname niet wordt opgenomen door het spijsverteringsstelsel van de mens. De schadelijke eigenschappen die bij dieren zijn aangetoond na parenterale toediening kunnen buiten beschouwing worden gelaten” Met andere woorden: toediening anders dan oraal geeft schadelijke reacties!

Ook bij andere derivaten van cellulose treden afweerreacties op, te zien aan bepaalde cellen, schuimcellen. Deze reacties zijn met name zichtbaar in de milt. De milt is vergroot en de mate van vergroting varieert naar gelang de hoeveelheid stof die wordt toegediend. Door de vergrote milt worden rode bloedcellen versneld afgebroken en verandert het bloedbeeld. En ook bij deze onderzoeken ontstaat er schade aan de nieren. Verder is er verhoogde bloeddruk te zien, daling van rode en witte bloedcellen en aderverkalking. >>


The Role of Carrageenan and Carboxymethylcellulose in the Development of Intestinal Inflammation. 2017 >>

Anaphylactic shock after intradermal injection of corticosteroid. allergy CMC 2015 >>

Place of excipients in systemic drug allergy. 2014 >>

Anaphylactic reactions following Kenacort-A® injection: carboxymethylcellulose is involved once again. 2011 >>

Allergic reaction to Croscarmellose sodium used as excipient of a generic drug. 2011 >>

Cutaneous adverse drug reactions caused by delayed sensitization to carboxymethylcellulose.2011 >>

Eczeem door Monobloc hydrogel implantaten: Development of Eczematous Symptoms by the Implanted Breast Prosthesis 2012 >>

The Monobloc Hydrogel breast implant, experiences and ideas 2011 >>

Radiotransparantie van Polyvinylpyrrolidone-Hydrogel en Hydrogel borstimplantaten:

een kwantitatieve analyse met mastectomy specimens.2011 >>

Pre-lethal anaphylaxis to carboxymethylcellulose confirmed by identification of specific IgE--review of the literature. 2009 >>

Contact urticaria from carboxymethylcellulose in white chalk. 2006 >>

Carboxy-methyl-cellulose hydrogel-gevulde borstimplantaten - een ideaal alternatief? Een verslag van 5 jaar ervaring met deze implantaten. 2006 >>

Rupture of a Hydrogel-Filled Breast Implant 2005 >>

Oral tolerance of carboxymethylcellulose in patients with anaphylaxis to parenteral carboxymethylcellulose. 2004 >>

Anaphylaxis after injection of corticosteroid preparations--carboxymethylcellulose as a hidden allergen. 2004 >>

Carboxymethylcellulose allergy as a cause of suspected corticosteroid anaphylaxis. 2003 >>

Allergy to carboxymethylcellulose. 2002 >>

Carboxy-methyl-cellulose hydrogel borstimplantaten: onze ervaring. 2002 >>

Evaluatie van de verdraagbaarheid van Hydrogel borstimplantaten: een pilotstudie.2002 >>

Een ongewoon gescheurd borstimplantaat 2002 >>

Anaphylaxis to E466. 2000 >>

Anaphylaxis from the carboxymethylcellulose component of barium sulfate suspension. 1997 >>

Anaphylaxis from the carboxymethylcellulose component of barium sulfate suspension. 1997 >>

Anaphylaxis induced by the carboxymethylcellulose component of injectable triamcinolone acetonide suspension (Kenalog). 1995 >>

Anaphylaxis caused by carboxymethylcellulose: report of 2 cases of shock from injectable corticoids. 1992 >>.

Contact Dermatitis. 1978 >>

Carboxymethyl cellulose additives in penicillins and the elicitation of anaphylactic reactions. 1971 >>


Lange termijn effecten CMC

Dietary Emulsifier-Induced Low-Grade Inflammation Promotes Colon Carcinogenesis. 2017 >>

Dietary emulsifiers directly alter human microbiota composition and gene expression ex vivo potentiating intestinal inflammation. 2016 >>

Dietary emulsifiers impact the mouse gut microbiota promoting colitis and metabolic syndrome. 2015 >>

Tranexamic acid and hyaluronate/carboxymethylcellulose create cell injury. 2014 >>


Toxnet >>

Low viscosity (15 cP) methylcellulose /admin/ iv to dogs produced serious ... necrotizing vascular disease was frequently observed and death was generally due to renal failure. 1993 1994

Groups of rats were injected ip with methyl cellulose (400 cP) twice weekly for 15 weeks. Animals observations were made of grossly enlarged spleens, changes in the bone marrow and cellular elements of the blood, ascites, and infiltration of the spleen, liver, and kidneys with "storage-cell" macrophages.

1993-1994. p. 511

Researchers/ repeatedly admin low viscosity (15 cP) methyl cellulose intravenously to dogs and observed serious effects characterized by a progressive decrease in the volume of urine and the presence in the urine of albumin, casts, and both red and white blood cells. Nonprotein nitrogen levels of blood rose sharply but blood pressure was not increased.1993-1994., p. 511

Methyl cellulose is artificial high polumer & lV injections of it have ben tried out on dogs... It was shown that repeate small doses gave rise to kidney lesions similar to those found in glomerular nephretis. .. cannot be used as plasma substitute. 1968., p. 282

Given parenterally, however, methyl cellulose procedures glomerulonephritis & hypertension in rats 1976., p. II-167


WHO >>

(e) Sodium carboxymethylcellulose

Thirty rats were given weekly injections of 1 ml of a 2% aqueous solution of CMC subcutaneously. After 73 weeks, 43% of the animals showed tumours at the site of injection, characterized as fibrosarcomas of moderate malignancy by histological standards (Lusky & Nelson, 1957).

Twenty rats were given subcutaneous injections once a week of 2% aqueous solution of CMC. In four animals tumours developed at the site of injection within 13 to 16 months. Two of the neoplasms were fibromas and two fibrosarcomas (Jasmin, 1961).

Four intraperitoneal injections over 10 days of a maximal Total dose of 160 mg of methyl cellulose produced arterial hypertension and glumerulo-nephritis in rats given a 1% NaCl solution to drink. In a further experiment on rats, methyl cellulose was shown to deposit in the renal glomeruli, leading to reduction of filtration and sodium accumulation if the latter is given as well. Hypertension and glomerular lesions developed (Hall & Hall, 1962).

Intravenous injections of 1% methyl cellulose were given to rats at three-day intervals, which produced splenic enlargement 21 days after the last injection. Survival time studies on red cells showed that the enlarged spleens destroyed red cells more quickly (Fitch et al., 1962).

Intraperitoneal injections of 2.5% methyl cellulose solution twice weekly into adult rats for one to 16 weeks reduced hematocrits and increased spleen weights in a dose-dependent manner. Foam histiocytes accumulated in the spleen pulp and sinusoids. Electron microscopic observations suggested lysosomal ingestion with phagolysosome formation (Lawson & Smith, 1968).